In 2012 verscheen van zijn hand het managementboek Denken als een Generaal. Sindsdien schrijft hij factionverhalen die dicht tegen de werkelijkheid aan schuren.

Hoe pleeg je een legendarische moordaanslag?

Deel twee - Charles de Gaulle

FLABBER25 SEP 2018 – 15:15

Een bomaanslag, een regen aan kogels of gewoon een enkel gericht schot, wat is de beste manier om een politiek leider uit de weg te ruimen? Geschiedenisconnaisseur Michiel Janzen is terug met vier artikelen over historische moordaanslagen. Vandaag deel 2: een shoot-out voor Charles de Gaulle.

Regeringsleiders, presidenten en dictators zijn altijd het doelwit van een aanslag geweest. Hun functie wordt gekenmerkt door politieke macht en ongewilde belangstelling. Niet elke door hen genomen beslissing valt in goede aarde. Op een gegeven moment besluiten geheime organisaties en terroristen over te gaan tot het zwaarste middel van verzet: een moordaanslag op de persoon in kwestie. Slechts een enkele poging slaagt. Maar ook de maatschappelijke gevolgen van een mislukte aanslag reiken vaak verder dan de daders hadden voorzien.

“Ils ne savent pas tirer.” — C. De Gaulle

Petit-Clamart is de naam van een rotonde ten zuid-westen van Parijs. Het ligt net buiten de Périphérique – de ringweg die het centrum van de buitenwijken scheidt. Tegenwoordig heet de weg die op de rotonde uitkomt Avenue Charles de Gaulle. In 1962 was de naam Avenue de Libération. Na de dood van de Franse president De Gaulle in 1970 is de naam gewijzigd. Als het aan de OAS had gelegen was De Gaulle niet acht jaar later vredig thuis gestorven maar hier vlakbij deze rotonde, op 22 augustus 1962.

Charles De Gaulle wordt in 1890 in Lille geboren. Hij heeft een oudere broer, een jongere zus en twee jongere broers. Alle vier de zonen dienen in het Franse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Charles raakt als luitenant gewond en brengt twee jaar door in krijgsgevangenschap. Hij en zijn drie broers overleven alle la grande guerre, daarmee vormen ze een uitzondering omdat er in die vier jaar oorlog een complete generatie aan Franse zonen wordt weggevaagd.

Na de oorlog blijft Charles in militaire dienst. Hij wordt hij uitgezonden naar Warschau waar hij in de Pools-Russiche Oorlog (1919-1921) een infanteriebataljon aanvoert. De Gaulle ontwikkelt er zijn persoonlijke visie op moderne oorlogsvoering. Terug in Frankrijk wordt hij toegevoegd aan de staf van maarschalk Pétain, een held uit de Eerst Wereldoorlog. De Gaulle zet zijn ideeën over militaire strategie op papier. In Vers l’armée de métier (Naar het beroepsleger), zijn belangrijkste boek, toont hij zich een tegenstander van de defensieve doctrine die er op dat moment in Frankrijk heerst.

De Maginotlinie, een grote verdedigingslinie van Luxemburg tot aan Zwitserland, is daarvan het symbool. De Gaulle pleit voor een gemechaniseerd leger met nadruk op tanks. Deze tanklegers moeten snel en diep tot in het achterland van de vijand kunnen doorstoten. De Franse legerleiding moet er niets van hebben.

In mei 1940 valt de Wehrmacht met haar Blitzkrieg-techniek Nederland, België en Frankrijk binnen. De Fransen wanen zich veilig achter de Maginotlinie maar de slimme Duitse generaal Heinz Guderian trekt door de onverdedigde Ardennen en steekt bij Sedan de Maas over. Guderian brengt hiermee de strategie van De Gaulle in de praktijk.

Die laatste moet toezien hoe de Duitsers met hun tanks naar het kanaal racen. De Gaulle wordt tot brigadegeneraal bevorderd en probeert met een klein tankleger Guderians divisie bij Montcornet tegen te houden, maar het is niet meer dan een stuiptrekking van het Franse Leger.

De Gaulle vliegt naar Londen en probeert Churchill te overtuigen om meer vliegtuigen te sturen. Die ziet daar geen heil in. Op 22 juni capituleren de Fransen. De Gaulle is vijf dagen daarvoor naar Londen gevlucht om de strijd voort te zetten. Zijn leermeester maarschalk Pétain wordt leider van het Vichy-regime, een Franse marionettenregering onder Duits gezag. Vanaf dat moment distantieert De Gaulle zich van Pétain.

Op 26 augustus 1944 loopt De Gaulle voorop, als de Franse Tweede Pantserdivisie van generaal Leclerc Parijs binnentrekt. De geallieerden gunnen de eigenwijze Franse generaal deze eer en zien hem als de nieuwe leider van Frankrijk.

Maar de situatie in het naoorlogse Frankrijk is verre van rooskleurig. Het land is zwaar beschadigd door vijf jaar bezetting en van haar reputatie als wereldmacht is weinig meer over. Het enige lichtpuntje is dat Parijs de vernietiging van steden als Stalingrad en Berlijn bespaard is gebleven. De Derde Republiek was in 1940 opgevolgd door het Duitsgezinde Vichy-regime. In 1946 wordt er een nieuwe grondwet opgesteld en de Vierde Republiek uitgeroepen. Generaal De Gaulle is voorzitter van de voorlopige regering maar hij kan zich niet vinden in de nieuwe staatsrechtelijke indeling en verlaat de politiek. In zijn landhuis in het dorp Colombey-les-deux-Eglises begint hij aan het schrijven van zijn memoires. Het zou nog twaalf jaar duren voordat zich laat overhalen om een nieuwe regering te vormen.

Frankrijk had in de afgelopen eeuwen een groot koloniaal rijk opgebouwd. Frans-Guyana, Frans-Polynesië, Madagascar, Frans-West-Afrika, Syrië, Libanon, Indo-China (bestaande uit Vietnam, Laos en Cambodja) en Algerije behoren allen tot de invloedssfeer van Parijs.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog konden zowel de Vichy-regime als de Vrije Fransen in Londen onder leiding van De Gaulle, amper tot geen invloed uitoefenen op het zelfstandigheidsstreven van de koloniën. Na de oorlog breekt een periode van dekolonisatie aan. De Vierde Republiek wordt gekenmerkt door politieke instabiliteit die catastrofaal zal eindigen in 1954. De onafhankelijkheidstrijd van Vietnam en Algerije maken pijnlijk duidelijk dat Frankrijk geen dominante speler meer op het wereldtoneel is. De Vietminh onder leiding van Ho Chi Minh voeren tien jaar lang strijd tegen de Franse bezetter.

Op 7 mei 1954 valt het Franse bolwerk Dien Bien Phu in handen van de Vietminh. Generaal Henri Navarre heeft een troepenmacht van 16.500 militairen samengetrokken maar hij onderschat het uithoudingsvermogen van de Vietnamese voetsoldaat. De Fransen lijden internationaal gezichtsverlies. Hun imperium in het verre oosten is verleden tijd. Datzelfde jaar breekt de Algerijnse opstand uit.

Als er een kolonie is die in de jaren ’50 als een integraal onderdeel van Frankrijk wordt gezien, dan is het Algerije. Het Noord-Afrikaanse land maakte als sinds 1830 deel uit van Frankrijk en er wonen in 1954 zo’n miljoen Fransen, die bekend staan als pieds-noirs. De herkomst van deze bijnaam is ongewis maar komt waarschijnlijk van de zwarte laarzen die deze Franse kolonisten dragen, dit in tegenstelling tot de inheemse bevolking die op sandalen of blootsvoets loopt.

Voor Parijs is een nieuw debacle na Dien Bien Phu ondenkbaar. Algerije mag zich niet losmaken van Frankrijk. De opstand in Algerije mondt uit in een onafhankelijkheidsoorlog waarin terrorisme, moordaanslagen, martelingen en bloedvergieten aan de orde van de dag zijn. Het betekent in 1958 de ondergang van de Vierde Republiek. De Fransen – en vooral de pieds-noirs – kiezen voor een sterke man: Charles de Gaulle. Die laat in drie maanden tijd een nieuwe grondwet optekenen waarbij meer macht bij de president komt te liggen. Het is het begin van de Vijfde Republiek – die tot op de dag vandaag bestaat.

De ontwikkelingen in Algerije gaan snel. President De Gaulle vliegt naar Algiers en spreekt daar de Franse Algerijnen toe. Hij begint zijn rede met: “Je vous ai compris!” Deze woorden (“Ik heb u begrepen”) worden verkeerd geïnterpreteerd door de pieds-noirs. Zij denken dat De Gaulle nooit onafhankelijkheid zal verlenen, maar de generaal weet dat het een verloren strijd is. Hij kan het tij van dekolonisatie niet meer keren. De Algerijnse opstand trekt een zware wissel op de Franse schatkist en leidt tot veel internationale kritiek. Op 18 maart 1962 tekent hij de Akkoorden van Evian, waarmee Algerije haar onafhankelijkheid verkrijgt. Daarmee maakt De Gaulle vele vijanden, niet alleen in de legertop maar ook onder de pieds-noirs en de OAS.

De OAS – Organisation Armée Secrète – is een groep radicale ex-militairen en Franse Algerijnen die strijdt voor het behoud van Algerije als onderdeel van Frankrijk. Ze plegen niet alleen aanslagen op Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders, maar ook in Frankrijk. Nadat op 4 juli de Fransen het gezag aan de Algerijnen hadden moeten overdragen, richt de OAS haar pijlen op de gehate verrader De Gaulle.

Er zijn op zijn minst vier aanslagen van de OAS op De Gaulle bekend. Op 8 september 1961 ontploft er een grote plas benzine terwijl de presidentiële Citroen DS van De Gaulle erdoor heen rijdt. De bijbehorende bom gaat niet af. Op 23 augustus 1963 probeert scherpschutter Georges Watin De Gaulle te vermoorden, maar de Franse geheime dienst is getipt en Watin kan net op tijd wegkomen. Op 15 augustus 1964 staat er een grote terracotta-pot vol explosieven naast een oorlogsmonument dat De Gaulle zal bezoeken. De explosieven worden gecamoufleerd door geraniums. Opnieuw gaat de bom niet af. Een bezorgde tuinman had de geraniums overgoten met water en maakte daarmee het ontstekingsmechanisme onklaar. De legendarische aanslag bij Petit-Clamart heeft zich twee jaar daarvoor afgespeeld.


Op 22 augustus 1962 volgt een man op de scooter de twee zwarte Citroëns DS waarin De Gaulle en zijn gevolg zich verplaatst. Er rijden vier motoragenten mee. Zodra de man op scooter weet welke route de presidentiële escorte volgt, stapt hij af en belt zijn handlangers die verderop staan. De Gaulle en zijn vrouw zitten achterin de eerste DS, zijn schoonzoon en huisarts in de tweede auto. Met hoge snelheid banen de twee zwarte auto’s zich een weg van het Elysée Palace naar het vliegveld bij Villacoublay, vanwaar een helikopter hen naar hun landhuis in Colombey-les-deux-Eglises zal brengen.

Luchtmachtkolonel Jean Bastien-Thiry van de OAS heeft een groep van twaalf man en vijf auto’s gemobiliseerd om de escorte van De Gaulle in een ware kogelregen onder vuur te nemen. Hij heeft de aanslag opération ‘Charlotte Corday’ gedoopt, een verwijzing naar een martelares tijdens de Franse revolutie. Nadat hij gebeld is, seint Bastien-Thiry vanuit de telefooncel aan Avenue de Libération richting zijn handlangers. Dat signaal pikken ze te laat op. De schemering is gevallen en pas op het laatste moment zien ze de twee Citroëns op hoge snelheid naderen. Op tweehonderd meter voor de rotonde worden er meer dan 150 kogels op de twee Citroëns afgeschoten.

Als door een mirakel worden De Gaulle en zijn vrouw niet geraakt. Op platte banden rijdt de chauffeur door tot aan Villacoublay. Bij het uitstappen schudt De Gaulle enkele glassplinters van zijn schouders en zegt: “Ils ne savant pas tirer.” (“Ze kunnen niet schieten.”).

De Gaulle helpt zijn vrouw uit de auto en ook zij blijft ijzig kalm. Voordat ze vertrokken had ze een aantal diepgevroren kippen achterin de auto laten leggen. Ze wil weten of de kippen de aanslag overleefd hebben. De motoragenten van het escorte voelen zich heel even aangesproken. ‘Poulets’ is in die tijd een bijnaam voor agenten.

De aanslag moet ongeveer als volgt zijn verlopen. Scène uit The Day of the Jackal.

De Gaulle prijst de rijvaardigheid van zijn chauffeur en de luchtvering van de Citroën DS waarin hij zich bevond. Hij is zo gecharmeerd van het merk dat hij zijn veto uitspreekt als Fiat in 1968 het bedrijf wil overnemen. Peugeot wordt gedwongen het bijna failliete Citroën in te lijven.

Na de aanslag verklaart De Gaulle dat hij geluk heeft gehad. Dat geldt niet alleen voor dit moment maar voor zijn hele leven. Hij overleeft de ellende van de loopgraven; vliegt tijdens de Blitzkrieg op en neer naar Londen; kan de tankslag bij Montcornet navertellen en overleeft meer dan dertig aanslagen op zijn leven.

Drie daders worden opgepakt en Bastien-Thiry beland als enige voor het vuurpeloton. Hij is de laatste persoon in Frankrijk die dat lot ondergaat.

De Gaulle blijft president tot medio 1968. Hij maakt van Frankrijk met haar Force de frappe-programma een atoommacht, omdat hij gelooft dat Frankrijk voor haar verdediging nooit meer afhankelijk mag zijn van een buitenlandse (lees: onbetrouwbare) macht. De studentenprotesten van mei 1968 betekenen uiteindelijk zijn politieke ondergang. Hij trekt zich terug, schrijft zijn memoires en overlijdt in 1970 in zijn eigen huis.

Een jaar na zijn dood verschijnt de thriller ‘The Day of the Jackal’ van Frederick Forsyth. In 1973 draait de film in de bioscoop. Tijdens de opnamen speelt de Franse acteur Adrien Cayla-Legrand de rol van De Gaulle. De gelijkenis is zo treffend dat sommige Parijzenaars werkelijk geloven dat hun geliefde president nog in leven is.

Hoewel gedateerd is de film nog steeds een absolute aanrader vanwege de ingetogen spanning, documentaire-achtige opbouw en de cynische humor.

Georges Watin, die bij de aanslag in Petit-Clamart aanwezig was en op wiens tweede poging de film is gebaseerd, vlucht via Zwitserland en Spanje naar Paraguay. Daar sterft hij in 1994.

In 2005 wordt De Gaulle door de Franse tv-kijkers gekozen tot de grootste Fransman aller tijden.

lannooUITG
Logo-GivingBrandsEnergy-RGB